Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vrije gedachte beperken, die het woord in den vorm van definitieven onherroepelijken wensch vaststellen en zelfs beweren den arbeider te dwingen om met de armen kruiselings over elkander te zitten, om van uitputting te sterven op bevel van een eigenaar. De behoudslieden hebben zich er niet in bedrogen, als zij aan de revolutionairen den algemeenen naam hebben gegeven van „vijanden van godsdienst, familie en eigendom." Ja, de anarchisten verwerpen het gezag van het dogma en de tusschenkomst van het bovennatuurlijke in ons leven, en in dien zin zijn zij vijanden van den godsdienst, welken ijver zij ook in den strijd voor hun ideaal van broederschap en solidariteit aan den dag leggen. Ja, zij willen de opheffing van den handel in het huwelijk, zij willen de vrije verbintenis, op niets steunende dan op de wederzijdsche genegenheid, het respekt voor zichzelf en de waardigheid van anderen en in [ dien zin zijn zij de vijanden van de familie, hoe liefhebbend en vol toewijding zij zijn voor degenen, wier leven verbonden is aan het hunne. Ja, zij willen de toeëigening der aarde en haar voortbrengselen opheffen om ze aan allen te verschaffen en in dien zin heeft het geluk om aan allen het genot der vruchten van den grond te waarborgen, er vijanden van gemaakt van het eigendom. Zeker wij beminnen den vrede: wij hebben als ideaal de harmonie tusschen alle menschen en echter woedt de oorlog rondom ons; hij schijnt ons nog een droevig perspektief, want in de geduchte samengesteldheid der menschelijke dingen is de gang naar den vrede zelf vergezeld van strijd. „Mijn koninkrijk is niet van deze wereld,'' zei de zoon des menschen en toch hij „bracht een

Sluiten