Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit zonder hooger beroep; de menschen, de volkeren worden verpletterd onder deze zwaarwichtige archieven wier zwijgende bladzijden het onverbiddelijk werk in cijfers vertellen. Als het kapitaal het moest winnen, zou het tijd zijn om onze gouden eeuw te betreuren, wij zouden dan achter ons kunnen zien en bespeuren als een uitdovend licht, al wat de aarde schoons en teers bevat: liefde, blijdschap, hoop. De menschheid zou hebben opgehouden te leven.

Wij allen die gedurende een reeds langdurig leven de politieke revoluties elkaar hebben zien opvolgen, wij kunnen ons rekenschap geven van dezen onophoudelijken arbeid van verslechting, die de instellingen, gegrondvest op de uitoefening van macht, ondergaan. Er was een tijd waarin het woord „Republiek" ons met geestdrift vervulde: het scheen ons dat dit woord was samengesteld uit tooverachtige lettergrepen en dat de wereld als vernieuwd zou zijn op den dag, waarop men het eindelijk hardop zou kunnen uitroepen op de pleinen. En wie waren het die van mystieke liefde brandden voor de komst van het republikeinsche tijdvak en die met ons in deze uitwendige verandering de invoering zagen van alle politieke en sociale vorderingen? Degenen die nu de plaatsen en eereposten innemen, zij die vriendelijk omgaan met de moordenaars der Armeniërs en de baronnen der finantieele wereld. En ik geloof niet dat in die reeds ver verwijderde tijden al deze parvenus in massa enkel huichelaars waren. Er waren er onder hen velen die den wind rooken en hun zeilen naar den wind zetten, de meesten waren eerlijk, dat wil ik aannemen. Zij hadden het fanatisme van de

Sluiten