Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenigd heeft, dan zeggen sommigen dat de groote dag eindelijk aanstaande is.

En als het prestige der politieke macht, vertegenwoordigd door het goddelijk recht of door het recht van den sterkste, nog sommige socialisten verblindt, dan is datzelfde het geval in nog grooter mate voor alle andere machten die de volksoorsprong van het beperkte of algemeene kiesrecht verbergt. Om stemmen te vangen, dat wil zeggen om de gunst der burgers te winnen, wat op het eerste gezicht zeer gewettigd is, gaat de socialistische kandidaat graag den smaak, de wenschen, zelfs de vooroordeelen zijner kiezers vleien; hij wil doen alsof hij de verschillen, de twisten niet kent; hij wordt een tijdlang de vriend of ten minste de bondgenoot van hem met wien men vroeger scherpe woorden wisselde. In den klerikaal tracht hij den christen-socialist te zien; van den liberalen bourgeois maakt hij den hervormer; in den patriot doet hij een beroep op den dapperen verdediger der burgerlijke waardigheid. Op sommige oogenblikken wacht hij zich zelfs wel den „eigenaar" of den „patroon" schrik aan te jagen; hij gaat zoo ver om hem zijn eischen voor te stellen als waarborgen van den vrede: de „eerste Mei," die den strijd moest aanbinden tegen god Kapitaal, is omgezet tot een feestdag met guirlandes en dansen. Bij de beleefdheden van de kandidaten aan de kiezers verleeren de eersten langzamerhand de fiere taal der waarheid, de onverzoenlijke houding van den strijd: van buiten naar binnen verandert de geest zelfs, vooral bij hen die het doel hunner pogingen bereiken en eindelijk plaats nemen op de fluweelen zetels tegenover de tribune met vergulden

Sluiten