Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dommen, de inkomsten die bij millioenen en milliarden geteld worden, de geheele macht van den staat met de legers van ambtenaren, soldaten, politie, magistraatspersonen, het geheele arsenaal van wetten en besluiten, de zoogenaamde onfeilbare dogma's der kerk en de traagheid der gewoonte in het erfelijk denken. En wat kunnen de socialisten, de makers der nieuwe maatschappij tegenover deze georganiseerde machten zetten? Niets naar het schijnt. Zonder geld, zonder leger zouden zij waarlijk bezwijken, als zij niet de evolutie van denkbeelden en zeden vertegenwoordigden. Zij zijn niets maar hebben de beweging van het menschelijk initiatief voor zich. Het heele verleden drukt met looden last op hen, maar de logika der gebeurtenissen stelt hen in het gelijk en drijft hen voorwaarts ondanks de wetten en haar dienaren.

De pogingen aangewend om de revolutie in te dijken kunnen schijnbaar voor een tijd gelukken. De reaktionairen juichen met groot gejubel, maar hun vreugde is ijdel, want de beweging, op één punt teruggeworpen, vertoont zich dadelijk op een ander. Nadat de kommune van Parijs verpletterd was, kon men in de officiëele en hofwereld van Europa meenen, dat het socialisme, het revolutionair element der maatschappij, dood en voor goed begraven was. Het Fransche leger, overwinnaar onder de oogen der Duitsche troepen, verbeeldde zich gerehabiliteerd te zijn door de Parijzenaars, alle ontevreden en revolutionairen, te worgen en te mitrailleeren. In hun politieke taal konden zij erop roemen het volk „een aderlating" te hebben toegebracht. Thiers, de onvergelijkelijke type van den bourgeois die er gekomen is, meende het te hebben uitgeroeid in Parijs, het te hebben begraven

Sluiten