Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die de arme, zeer begeerig om te gelooven aan de algemeene fortuin, als onaantastbaar kon aannemen. Maar helaas! deze schoone theorieën, vroeger verteld ten gebruike van het domme volk hebben geen krediet meer: men zou zich schamen de oude bewering aan te voeren dat „voorspoed en eigendom altijd de belooning zijn van den arbeid." Als de ekonomen zeggen dat de arbeid de oorsprong is van het fortuin, zijn zij zich geheel bewust dat zij de waarheid niet zeggen. Evengoed als de socialisten weten dat de rijkdom het produkt is niet van den persoonlijken arbeid, maar van anderen; zij weten niet dat de spekulaties en beursgrepen, oorsprong van de groote fortuinen, geheel kunnen worden gelijk gesteld met de streken van roovers; en zeker zouden zij niet durven beweren dat het individu dat wekelijks een millioen te verteren heeft, d.w.z. precies de som benoodigd om honderdduizend personen te doen leven, zich van anderen onderscheidt door een verstand en een deugd honderdmalen boven die van het gemiddelde. Men zou de dupe, bijna de medeplichtige zijn om te wachten met het bespreken der huichelachtige argumenten waarop deze beweerde oorsprong der sociale ongelijkheid berust.

Maar ziethier hoe men een redeneering van anderen aard gebruikt en die althans de verdienste heeft niet op een leugen te berusten. Men beroept zich tegen de sociale eischen op het recht van den sterkste en zelfs de gerespekteerde naam van Darwin heeft, zeker tegen zijn zin, dienst gedaan om de zaak van het onrecht en het geweld te bepleiten. De kracht der spieren en kaken, van den knuppel en den knots — zietdaar het hoogste argument. In waarheid is het

Sluiten