Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te verruimen, om van de maatschappij zelve een groot organisme te maken van wederzijdsch onderricht, waar allen tegelijkertijd leerlingen en leeraren zijn, waar elk kind na helderheid in alles gekregen te hebben bij zijn eerste studie, zal leeren zich gehee! te ontwikkelen, in verhouding tot zijn verstande hjke krachten, in het bestaan vrijelijk door hem zeiven gekozen. Maar met of zonder scholen eindigt elke groote overwinning der wetenschap met gemeen eigendom te worden. De beroepsgeleerden hebben lange eeuwen van arbeid, onderzoek en onderstellingen af te leggen, zij moeten zich ontdoen van dwalingen en onjuistheden, maar als de waarheid eindelijk, dikwijls ondanks hen en dank zij eenige uitgejouwde stoutmoedigen, bekend is geworden openbaart zy zich in allen glans, eenvoudig en helder. Allen begrijpen haar zonder moeite, het schijnt dat men haar altijd gekend heeft. Vroeger verbeeldden de de geleerden zich dat de hemel een ronde koepel, een metalen dak was, een reeks gewelven, drie, zeven negen, dertien zelfs, die elk hun omgang van sterren, hun verschillende wetten, hun bizonder stelsel en hun troepen engelen en aartsengelen hadden om ze te bewaren. Maar sinds al die onderstelde hemelen waarvan de bijbel en de talmud spreken, zijn vernietigd, is er geen kind dat niet weet hoe de ruimte vrij en onbegrensd is rondom de aarde. Hij leer dit ter nauwernood. Dat is een waarheid die deel uitmaakt van de algemeene erfenis. Evenzoo met alle groote wetenschappelijke aanwinsten. Zij worden niet bestudeerd, zij zijn uit zich zeiven bekend om zoo te zeggen; zij komen in de atmosfeer waarin

men ademt.

Sluiten