Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat kent een ongodsdienstig mensch niet, dat geloof in zijn naasten, dat geloof in hun beter Ik en hij vindt het dus dwaze sentimentaliteit: zondaren zieken te noemen en als zoodanig te behandelen, en nutteloos verspillen van moeite en liefde : te beproeven het verwaarloosde te redden, het gevallene op te richten, het zedelijk doode op te wekken.

Benijdenswaardig en zaligend geloof, dat van Jezus, die rusteloos en blijmoedig uitging om te zoeken het verlorene, op te wekken dooden en te genezen kranken, teeder als eene moeder bezorgd om het geknakte niet te breken en het nog rookendc riet niet te dooven ; er was altijd hoop, altijd hoop, altijd redding mogelijk.

Het zijn de beminnelijkste mensclion, wiei omgang wij nooit te veel kunnen zoeken, wier boeken wij nooit te veel kunnen lezen, die in Gods licht hun medemenschen zien. Wie zóó zien, zien alom ..Harten van Goud" ; en zij zijn ons daarom zoo sympathiek, omdat zij uitspreken wat er diep in onze eigene ziel

geschreven staat.

O, de dingen, de lotgevallen des levens in Gods licht te zien, maakt dat zij een veel vriendelijker gelaat ons toekeeren; want dat goddelijk licht is een verzoenend en vertroostend licht. Het leert ons dankbaar het goede te aanvaarden, zonder dat dit ons tot lichtzinnigheid beweegt of opgeblazen maakt; het maakt een mensch ook geduldig en berustend in smart en beproeving. Er is veel verdriet en veel pijnlijks in het leven en méér dan enkele weinigen zijn er door verbitterd of onverschillig geworden of hebben hun veerkracht, hun arbeidslust en levensmoed erbij ingeboet; hoe gelukkig dan en hoe weldadig,

Sluiten