is toegevoegd aan uw favorieten.

Preeken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten kwade haddon gedacht en wat hij zelf gewis ook als kwaad had geduid ? Alle kastijding, zegt do schrijver van den brief aan de Hebreörs terecht, als die tegenwoordig is. schijnt geene zaak van vreugde maar van droefheid te zijn; doch daarna geeft zij van zich een heilzame vrucht der gerechtigheid dengenen, die door haar gooefend zijn.

Toen de Israëlieten rondzwierven in de woestijn zullen zij vaak geklaagd hebben, dat Jahwe hen had verlaten ; later evenwel bleek deze tocht vol moeite en ontbering noodig te zijn geweest om een volk te vormen, dat in staat was het beloofde land te veioveren en waardig om het te bezitten. Als wij achterwaarts zien, gij en ik, moeten wij 't dan niet dankbaar erkennen, dat wij vaak wonderbaar werden geleid, ook al merkten wij de hand niet die ons leidde ?

Wie weet — eenmaal zien wij de dingen, zooals zij zijn, in het ware licht, zien wij den rechten kant van het borduurwerk waarvan wij nu de verwarde draden zien aan de achterzijde. Want nu zien wij door een spiegel, raadselachtig, maar dan aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik ten deele; maar dan zal ik kennen, evenals ik gekend ben. — Doch de schrijver van 1 Kor. 13 heeft dezen troost voor zichzelven niet eens noodig, want hij weet genoeg om blij en gelukkig te zijn: hij kent de liefde, die nimmer vergaat en hij vond te midden van al het raadselvolle en vergankelijke, drie dingen, die altijd blijven : het geloof, de hoop en de liefde. —

Amen.