Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ja, mijn ziel dorst naar den Heer.

God des levens ! ach, wanneer Zal ik naad'ren voor uwe oogen,

't Licht uws aanschijns groeten mogen ?

„Komt tot mij, allen die vermoeid en belast zijt en ik zal u rust geven." Hooren wij hier uit den mond van Christus niet de belofte, waarnaar wij zoo verlangend uitzagen ? Is dat niet als de vertroostende stem van ocne moeder, die thuis komt en in een oogwenk de gemoederen zal kalmeeren ? Wie zou einiet, luisteren naar deze vriendelijke noodiging ?

Doch als wij hem tegemoet willen snellen, worden wij weerhouden door andere stemmen, die met dezelfde belofte de menschen tot zich roepen. Want niet de Christus alleen treedt op met de belofte van rust te zullen brengen, maar zoo doen alle godsdiensten en binnen den kring van iedere godsdienst elke richting of secte. DeFarizeörs en schriftgeleerden onder de Joden, de Buddha van Indië en de profeet van Arabië, om maar niet meer te noemen, zijn allen gekomen om den veelbeproefden mensch den weg des heils te wijzen. 'tls daarom niet meer dan natuurlijk, dat wij vragen, welke de rust is, die elders wordt aangeboden en welke rust de Christus ons biedt. -

Komt tot ons, allen die vermoeid en belast zijt, want bij ons is rust — zoo noodigden ook de joodsche leeraars hun volk. 't Was de rust der wet, welke zij trachtten te brengen; dezelfde, die nog gezocht en aangeboden wordt in alle wettelijke godsdiensten, m.n. in de Roomsche kerk. En evenals

Sluiten