Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heden ten dage trok ook toen reeds deze weg der zaligheid, die zoo wél afgebakend is en derhalve voor dwalen zoo weinig gevaar schijnt op te levei-en, velen aan. Van alle zijden stroomden de begeerige scharen toe om 't helaas dra te ondervinden, dat hun steenen voor brood werden gegeven.

O O

Zij werden immers overladen met voorschriften der wet: „dit zult gij" en „dat zult gij niet," welke geen enkel mensch alle vervullen kon en die dus het schuldbesef nog maar grooter maakten, terwijl daarenboven de gehoorzame onderwerping eraan de diepere naturen evenmin bevredigde als de trouwe vervulling van de kloosterregels den Augustijner monnik Luther de zielrust gaf, die hij zocht.

En de vele offers, welke werden aangeboden als delgers van het knagend schuldgevoel, konden op den duur de gewetens niet misleiden. Vroeg of laat moesten dezen tot het inzicht komen, dat zedelijke schuld niet door stoffelijke boete-doeningen kan worden goedgemaakt. Men maakt onrecht niet goed met een aalmoes, men herstelt de verbroken gemeenschap met God niet door een offer!

Om de onder leed van allerlei aard gebukten te verzoenen met hun lot, predikten de wetgeleerden, dat dit de straf was voor eigen zonden of voor die der voorgeslachten.

Een tijdlang mochten velen het zwijgen doen tot deze oplossing van hun pijnlijk levensraadsel — hij kon niet uitblijven en hij bleef ook niet uit de verscheurende twijfel, waarvan Job de tolk was en is tot op dezen dag. Al meerderen gevoelden zich „vermoeid en belast" en zwoegden onder het drukkend

Sluiten