Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M. H., ik stel er x>rijs op, dat men mij goed versta. Juist omdat ik zoo hartelijk instem met het edele streven van onzo dagen in deze richting, omdat ik daarin zie (naast onreine elementen) een groot bewijs van toenemenden rechtvaardigheidszin, een wakker worden van barmhartigheid en christelijke liefde, die eerbied afdwingt — juist daarom meen ik, dat wij ons moeten beijveren, de waarachtige echte godsdienstigheid aan te kweeken, opdat 't genoemde streven een vasten grond verkrijgo om op te steunen en alleen door heilige motieven bewogen worde.

Een waarlijk godsdienstig mensch weet anderen, alle anderen, wie zij ook zijn, kinderen van God d.w.z. bezitters van een kostbaar talent, — al blijft het soms verborgen of wordt het ook begraven en dat menigmaal tengevolge van de maatschappelijke omstandigheden -- kinderen van God d.w.z. voorwerpen van de hoogste en heiligste Liefde — zooals hij zich-

zelven dat weet. En hoe dieper en reiner zijne vroomheid is, hoe inniger zijne gemeenschap is met God, te sterken zal hij zich gedreven gevoelen om recht te doen, om liefde, praktische liefde, te bewijzen aan zijne naasten — aan de kleinen, de zwakken, de hulpbehoevenden allereerst.

Ik voor mij kan ook dit streven van onzen tijd, voor zoover ik er mee instem, niet losmaken van mijn godsdienst en ik kan mij geen waar christen denken die zich niet ook met al zijne vermogens en talenten in dienst stelt van zijne naasten. Zou ook niet een deel van den afkeer, dien de godsdienst velen inboezemt of van de onverschilligheid waarmee hij wordt bejegend, verklaard moeten worden uit het

Sluiten