Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i

„wonderen omgeven en bestraald. Alles op aarde „diende hem en had hem lief, behalve de menschen. „De visschen lieten zich vangen in zijne netten, 't brood „vulde zijne korven, 't water veranderde in wijn, op „zijn wensch. Maar de menschen zetten den grooten „koning niet op een troon en boden hem geen gou„den kroon aan. Hij had geen hofstoet om zich heen. „Zij lieten hem omzwerven als een bedelaar. — En „toch was de groote koning zoo goed voor hen. Hij „genas hun zieken, gaf den blinden het gezicht terug „en wekte de dooden op. — Maar de menschen wil,den den goeden koning niet als hun heer erkennen. „Zij zonden krijgslieden uit om hem te vangen, zij „gaven hem spottend een kroon en een scepter en ..een langen mantel en lieten hem naar de rechtsplaats „gaan met een zwaar kruis op den rug. — O, die „goede koning had de hooge bergen van zijn vaderland „nog zoo lief. Hij beklom ze vaak 's nachts, om met „de hemelbewoners te spreken en overdag zat hij „graag tegen de berghellingen om voor de luisterende „menschen te spreken. Maar nu voerden zij hem naar „een berg om hem te kruisigen. Zij sloegen nagels „door zijn handen en voeten en hingen den goeden ..koning aan 't kruis, alsof hij een roover, een misdadiger was. En 't volk bespotte hem. Alleen zijne „moeder en zijne vrienden schreiden, omdat hij sterven „moest, eer hij als koning erkend was.

„Ach, hoe treurde alles om zijn dood!

„De zon verloor haar glans, de bergen beefden, „'t voorhangsel van den tempel scheurde en de graven „openden zich, opdat de dooden mochten uitgaan en „hun rouw toonen."

Sluiten