Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij verkeerden — en de ouden van dagen schudden hunne hoofden over veel wat zij nu anders zouden doen.

Heel een wereld trekt er aan ons voorbij in „ons kortstondig leven" — en eindelijk is onze eigen tijd gekomen en gaan wij ook voorbij: gaandeweg wordt

de werkkracht minder, verslijten onze talenten, bemerken wij, dat een ander ons werk al beter doet .... de behoefte aan rust wordt al sterker en sterker.... het voorportaal van de eeuwige rust .... „gaat een „windvlaag over 't veld, zegt onze dichter, weg is de „bloem . . en hare plaats weet van haar niet meer." Straks betrekt een ander ons huis, vat een ander onze taak op ... . het wateroppervlak wordt weer effen, dat een oogenblik in beroering was geweest door een ingeworpen steen: er is weer een kortstondig leven .... geweest!

Van al deze en soortgelijke ervaringen weet ook het nu verstreken jaar zeker wederom te vertellen aan een iegelijk onzer.... en elk hoort dat lied van veig.inkelijkheid op eene andere wijze en de woorden zijn telkens anders (dat hangt af van ieders temperament en van ieders persoonlijke lotgevallen in dit jaar), maar op een avond als deze mengt zich onder iedeis aandoeningen een weinig weemoed:

„Op den bodem van het leven,

„In de diepte van het hart,

„Rust de weemoed ....

„Tusschen weemoed, strijd en hope „Snelt het leven ras voorbij,

.Waakzaam, werkzaam wachten wij,

„Tot het raadsel zich ontknoope „Wat ons korte leven zij".

Sluiten