Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geten. En wij zijn, wil ik hopen, dankbaar genoeg om ze te kennen, onze gaven. De één vindt den akker, dien God hem of haar te bewerken gaf, binnen de wanden der eigene woning; de geleerde in zijn studeervertrek; de huisvrouw en de huismoeder in haar huiskamer en bij de kinderen — een ander moet uitgaan in de groote wereld en daar zaaien en wieden — doeh een iegelijk heeft zijn eigenaardig gebied, dat voor zijne of hare gaven geschikt is .... en op een avond als deze komt de ernstige vraag boven : hob ik gewoekerd met mijne Godsgeschenken? Als tot mij de eisch komt: rgeef rekenschap van uw rentmeesterschap" — en wie weet wanneer hij komt: gelijk het gras is ons kortstondig leven! — zal ik dan gereed zijn? Heb ik wat mij om niet geschonken was, geschonken aan liefde en levenskracht en blijheid, om niet en met milde hand uitgedeeld?

Die engel aan onze wieg gaf ons ook onze zwakheden en gebreken, onze verzoekingen mede, opdat wij daartegen strijdende zouden winnen aan kracht, aan adel des gemoeds, aan zedelijk bezit. Want pas wat wij veroverden op tegenstrevende machten, maakt ons rijk en gelukkig en is waarlijk ons eigen bezit.

Wij menschen zouden onvrijen zijn, automaten, wanneer wij niet konden struikelen en vallen: maar onze zwakke zijden en onze verzoekingen, zij werden ons meegegeven, opdat wij ze zouden overwinnen en in en door dien strijd nader zouden komen b\j God.

En wij hebben, wil ik hopen, zelfkennis genoeg, om ze te kennen, onze zonden, onze booze neigingen en kwade hartstochten. Welnu, wederom komt op den Oudejaarsavond tot iederen ernstigen

Sluiten