Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menscli de vraag: hebt gij ook nu wederom gewonnen aan innerlijke kracht? Waren er vroeger verzoekingen voor u, die het nu niet meer zijn? Is uw egoïsme, als een ijsberg in de zee, door do warme zonnestralen weer wat kleiner geworden en is uwe zelfverloochening in diezelfde mate grooter geworden? Hebt gij al zooveel zelfkennis opgedaan, dat uw oordeel over uwe medemenschen zachter is geworden: hebt gij in de school des lijdens reeds zooveel geleerd, dat gij uw wereldscligezindheid betreurt ? Hebt gij reeds zulk een indruk gekregen van den ernst van 't leven, dat gij uwe kleine grieven en uwe onbelangrijke wenschen op de rechte waarde hebt leeren sehatten; dut gij uw leed en uw gemis niet meer vooi' het allerbelangrijkste houdt, dat gij u voor uwe jaloerschheid en humeurigheid en wat er verder voor kleine vossen in uw wijngaard mogen

schaden, schaamt?

Nog niet? Bedenk dan toch: het leven is zoo kort!

Of zijt gij de eenige onder de stervelingen, die zeker

weet, dat hij morgen ook nog den tijd heeft? Zijt gij de groote uitzondering onder de van vrouwen geborenen, voor wie niet geschreven staat dat woord: er is maar ééne schrede tusschen mij en tusschen den dood?

Weet gij dan zoo zeker, dat uwe medemenschen, jegens wie gij nu uw taak nu slecht volbracht, morgen ook nog naast u zullen gaan op den levensweg? dat gij morgen ook nog vrede zult kunnen stichten, vergeving vragen of schenken, barmhartigheid bewijzen, liefde geven?

En als die ernstige ure daar is .. . als een windvlaag over ons heen is gegaan . . . wat het dan zal wezen .J

M. H.j dat weten wij niet. Het is ons niet

Sluiten