Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan zei hij nooit kleine prul. Dan kon hij niet zoo zachtjes iets zeggen, want hij schreeuwde maar aldoor, t Was net, alsof hij dan niet goed staan kon en hij was toch zoo sterk.

Als hij in huis was, maakte hij erg veel leven en ik hoorde dan telkens iets vallen en breken. Soms wou hij Grietje slaan en of hij niet zien kon, weet ik niet, maar hij sloeg ook naar zijn kleine prul. Dan kwam een vrouw voor de kinderen staan en bromde tegen den woesten man. Ze sloeg zelf de kinderen wel eens, als ze stout waren en ze was niet vriendelijk voor den man, zeker omdat hij soms dat leelijke mee in het huisje bracht. Maar de zusjes kropen achter haar en riepen moeder, want ze ving de slagen op haar armen op. Als ik haar bloote armen in de waschtobbe zag op het plaatsje, waren ze mager en met blauwe plekken er op, maar ze waschte er toch hard mee, jurkjes voor de kindertjes en ook boezeroens voor den man, die geslagen had.

s Nachts ging zeker het leelijke ding weg, want s morgens was de groote woeste man heel kalm en dan was hij weer vader ook.

Maar de vrouw bromde tegen hem en liet hem kapotte dingen zien. Daar maakte ze hem boos mee. Hij was niet bang voor haar, hoe harder ze tegen hem kefte, net als een hondje, hoe ruwer hij werd. Dan schaamde hij zich niet langer en liep de straat op om het leelijke ding weer te zoeken. Hij kon het zeker gemakkelijk vinden, want hij bracht het altijd weer mee.

Sluiten