Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar ik heb het ook wel gezien, dat kleine Miesje op zijn knie klom en haar dunne bleeke armpjes om zijn harigen nek drukte. Ze was heelemaal niet bang meer, want ze kuste hem en keek in zijn oogen. Het leek wel, of hem dat pijn deed, want hij sloeg ze neer, zooals de menschen dat doen tegen het licht.

Dan fluisterde ze zacht tegen hem en streek met haar handjes door zijn kroeshaar.

„Nee, kleine prul!" zei hij zoo zacht, dat ik het maar even kon hooren door het open raam. „Vader zal het niet meer doen. Geef vader maar een kus."

Dan bleef het leelijke ding een heelen tijd weg, soms zoo lang, dat je dacht dat het er niet meer was. Maar toch kwam het op eens weer terug met veel lawaai.

III.

Er kwam een tijd, dat alles anders werd. Miesje zag ik niet meer buiten, al was het een zacht zuidenwindje met zon, waarin ik lekker groeide, want Grietje vergat nooit me drinken te geven.

Ze zei dikwijls: „Het is Miesjes bloem," als ze me begoot met een oud melkkannetje zonder tuit.

Grietje speelde wel op het plaatsje, maar ze had geen plezier en hield gauw weer op. De groote man scheen niet sterk genoeg meer om zijn hoofd te dragen. Hij liet het zoo voorover hangen.

Zou er wat heel zwaars in zitten?

Sluiten