Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De oogjes gingen langzaam open en keken bang, maar toen, alsof ze wat vroegen.

„Vader!" zei ze heel zwak.

„Ja, mijn liefje. Wou je wat?"

„Zal je het.... nooit weer doen? Ik was zoo bang voor je."

„Nee, nooit, nooit meer, vader heeft zoo'n spijt. Ben je nou niet bang meer?"

Ze stak haar mager armpje uit, het leek langer en witter dan vroeger. Ze kromde het om zijn nek en toen zijn hoofd bij haar boog, kuste ze hem.

„Nooit, nooit weer, mijn eigen, kleine prul," beloofde hij.

En dat was het laatste van Miesje.

Grietje brak mijn mooien bloemtros af en lei hem bij Miesje, die erg koud was.

Mij bracht ze daarop weer buiten op mijn oude plaatsje tusschen de potten op het rekje. Daar in de warme zon werd ik grooter en kreeg nog veel nieuwe bloemen, die de menschen mooi vonden. Maar ze wisten niet, dat onder de bladeren een teer plekje was, waar de bloem was afgebroken, een plekje, dat zeer deed, als ze er aan kwamen.

Sluiten