Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij zelve had zich in haar „voorproeftijd" ook niet thuis gevoeld in den kring der jongere zusters, die zoo iets hadden om toch vooral lief, vooral zacht, vooral zusterachtig te zijn.

Nu werd het haar duidelijk, waarom Lena altijd met het zelfde strakke gezicht rond liep, dat geen natuur kon zijn en het speet haar, dat ze niet eer tot haar was gegaan om te troosten. Ze had haar alleen de teleurstelling laten dragen.

In een opwelling van warm meevoelen sloeg ze den arm om Lena's schokkende figuur en trok haar naast zich op het ledikant.

„Lena, arme Lena, ik vreesde al, dat je niet gelukkig was. Maar is het, dat je meende nu je geluk te vinden en het voor jou hier niet lag. Ik durfde je nooit toonen, dat ik het zag, omdat ik niet wist of je mij wou laten zien tot binnen in je, waar het eigenlijke van je is. Je leefde over iets heen.

Het is vreeselijk je wensch van jaren op te moeten geven, maar als je gestel het niet toelaat, dan mag je niet anders doen. Ik wil je niet troosten met dwaze redeneeringen van volhouden en den moed nooit opgeven. Je mocht eens het slachtoffer worden van je wil."

Lena zag vragend en teleurgesteld op. Mien stemde toe, geheel toe. Geen ruimte bleef er over om zich te troosten met zoeten twijfel aan haar eigen klacht.

Mien was te nuchter om te paaien met hoopvolle woordjes. Haar werk had haar al vaak doen zien, dat de harde waarheid beter is dan de zoetste waan.

Sluiten