Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen knielden ze ieder neer voor haar ledikant, elk bad in zich zelf en toch te zamen, in één geest tot beider Heer.

Lena voelde, dat Mien met haar bad en haar kus bij het „goeden nacht" kon ze ontvangen zonder een kriebeling van binnen tegen „dat geliefkoos" te moeten bedwingen.

„Denk je aan den tekst?"

Mien wachtte geen antwoord, draaide het gaslicht tot een weldadige schemering neer en legde zich ter ruste.

Af en toe blikte ze naar het bed tegenover haar, waar ze de mooie zwarte krullen los over het kussen zag kringelen. Het duurde niet lang, of ze hoorde een zware slaap-ademhaling en ook zij gaf zich in de doezeling, die over haar kwam.

Een paar maal schrok ze wakker van woelen en praten, maar telkens als ze keek, sliep Lena, ofschoon onrustig.

Toen ze de gangklok half zes hoorde slaan, stond ze stilletjes op en kleedde zich. Het eenvoudig toilet was gauw gemaakt.

Een onderzoekende blik op de slaapster en ze wilde gaan.

Maar bij de deur keerde ze terug, trok haar zandloopertje uit den zak en voelde den pols.

„Arme Leen, had je maar niet zooveel wilskracht gehad."

Daarop ging ze naar de hoofdzuster om Lena ziek te melden.

Sluiten