Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

Het was zes weken later, dat zuster Lena, nu voor het laatst zuster, met haar koffertje in de hand de vestibule van „het huis" doorstapte. Voor de breede deur, die aanstonds voor goed achter haar zou dichtvallen, openging, zag ze nog even om naar de directrice, van wie ze op den duur zou gaan houden, dat voelde ze; naar de zusters, die nog in een groepje in de gang stonden en haar toeknikten.

Het afscheid was hard, niet omdat na zoo'n korten tijd velen haar reeds na aan het harte lagen. Ze had er niet vele banden geknoopt, en toch liet ze er achter, wat ze jaren als een kleinood had meegedragen, een lievelingswensch, dien ze niet meer kon koesteren. Al den tijd van haar herstel had ze zichzelf gewend aan de gedachte van heengaan; ze meende los te zijn van alles wat achter bleef, als zij ging.

Maar toen een zuster de voordeur opentrok en ze naar buiten in de ruimte keek, kwam heftig en pijnlijk-klaar in haar het besef, dat ze voor het laatst op den drempel stond, dat ze er niet weer over binnen zou gaan. Het was als werd alles wat ze doorvoeld en doorstreden had in dat ééne oogenblik geconcentreerd.

Ze voelde haar aandoening sterker dan haar kracht om te bedwingen en haastte zich weg van de plaats, waar haar doode illusie lag.

Sluiten