Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik heb toch dikwijls moeite om me te uiten."

„Aan een kind geeft men zich het gemakkelijkst, het is zoo teer, het heeft zooveel noodig en als van zelf ga je het koesteren en voel je er warm voor. En waar de Heer je zendt, is Hij bij je. Weet je nog den tekst?"

„Hoe zou ik hem vergeten. „„ Wentel uwen weg op den Heer.""

Telkens als ik angstig werd en me klein voelde bij mijn nieuwe roeping, gaf het mij kracht, dat ik zoo zeker wist, dat ik op Zijn weg ben. Dat andere werk was niet voor Hem, het was mijn ambitie."

Al keuvelend waren ze aan het station gekomen, zij stapten de breede trappen op en namen kaartjes.

„Tweede perron links, zusters I" zei de portier, de kaartjes geknipt teruggevend.

Met de toestroomende reizigers liepen ze mee. De trein stond klaar. Hartelijk sloeg Lena den arm om Mien en kuste haar.

„Schrijf je me nog eens gauw van je zelf, van alles en allen in het huis. Ik wil er altijd graag van

hooren, ik laat er jou er is ook iets van mij zelf

gebleven."

„Zeker iets, dat je moest verliezen."

„Dat geloof ik ook, ik heb er verloren maar ook gevonden. Ik heb er geleerd door jou."

„Nee Lena, de Heer heeft je doen zien, wat je zien moest. Je hebt van mij niet geleerd. Ik kom gauw bij jou leeren, je nieuwe taak is niet licht."

„Ten minste ik voel er mij zwak bij."

Sluiten