Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mien schreef, of zij niet iemand wist, die liefde en toewijding genoeg bezat om Bassers kindje op te voeden, nu zijn vrouw gestorven was.

Neen, Mien had niet voor de mislukte verpleegster een „baantje" gevonden. Dat was het uiterlijk beloop, dat was wat de menschen zagen en zeiden. Maar in het zuster kamertje op de bovenste verdieping, daar was het eigenlijke, het wezen van de zaak doorleefd. Daar had ze afgestaan wat ze zelf genomen had en den Heer gevraagd om een plaats in Zijn dienst. De Heer zelf had haar geroepen. Het nieuwe werk was geen betrekking om te bestaan, het was roeping. Zoo dacht Lena voort over wat ze achter zich had en wat ze tegemoet reisde, tot de trein bij het kleine dorpje stopte.

Ze zag tusschen de enkele reizigers, die met haar uitgestapt waren — meest boeren in pilow of laken en boerinnen met kornetten — een lange slanke heerenfiguur half vragend naar zich toe komen.

Een bleek gelaat met kalme oogen, zwart haar van onder een slappen hoed.

„Mag ik u eens vragen, is u juffrouw Glaner?"

„Om u te dienen en u dominee Basser?"

Hij boog, nam haar regu aan en gaf het aan een kruier om den koffer te bezorgen.

„Mag ik dat valiesje van u overnemen, de pastorie ligt een half uur van het station."

De kalme houding van den dominee imponeerde Lena een beetje en boezemde haar toch ook vertrouwen in. Rustig ondernamen ze de wandeling

Sluiten