Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dadelijk schenkt, niet zal beschamen. Ik ben nog wel een beetje onervaren, maar ik zal mijn best doen, ook voor het kind."

„Daarvan ben ik overtuigd, en ik hoop, dat u u niet te eenzaam zult gevoelen in de stille pastorie van ons dorpje."

„Ik heb immers het kindje om voor te zorgen, als men zich maar geven kan, is men niet eenzaam."

Hij zag haar aan, alsof hij nadacht en sprak toen ernstig: „Dank u," en ging Betje zeggen, de juffrouw hare kamer te wijzen en haar het huis te laten zien.

Betje kweet zich met groote bereidwilligheid van die taak en wijdde de „juffrouw" in de geheimen van de pastorie-huishouding in.

„Ik zal u nou meteen maar alles zegge, want u mot nou toch over alles gaan en mevrouwes plaas inneme. Ziet u, dit is de slaapkamer van dominee en mevrouw, nou van dominee alleen natuurlijk en ziet u, dit is de linnekast. Och, mevrouw had alles zoo netjes in orde en de luiermand van zus, nou maar u zal er is wat zien, alles met er eige hande genaaid en daar ligge nou der hemde en der goed. Het was toch zoo'n innig best mensch, juffrouw, en lief, nee, geen voorbeeld van. Als ik om de veertien dage naar me moeder ging, van zaterdag tot maandagmorge, dan most ik altijd wel ietewat meeneme. Och, och zoo goed."

In Betjes oogen welde een dikke traan, toen ze voortging: „en dominee, nou maar hij is sedert er dood zoo stil en hij zit altijd op stedeerkamer, dat

Sluiten