Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu met een huiselijk schortje voor, naar beneden.

"Toe Betje, help jij haar nog van daag, ze mocht bang zijn direct uit haar slaapje bij een vreemde."

„O, dat wil ik wel, ze zal nou wel wat op de grond wille zitte, ziet u, die filte poes, daar speelt ze graag mee. Ze drinkt nou eerst een beker melk en dan voer ik haar een beschuitje er bij."

Het viel Betje nog al mee met de „inkennigheid" en ze ging dan ook maar naar de keuken, toen Gerrie met haar poesje op den grond zat.

Lena liet het kind stil begaan en deed geen moeite haar aan te halen, alleen, als ze de poes te ver weg gooide raapte ze die op en gaf haar terug met een vroolijk: „daar is ie weer."

Het duurde niet lang, of ze waren vrij goede maatjes en toen dominee Basser binnenkwam, bleef hij een oogenblik met de deur in de hand staan kijken naar het tafereeltje.

Lena zat tegenover het kind op den grond en liet de poes heen en weer springen, zoodat Gerda lachte en kraaide. Het verbaasde haar, dat het kind niet direct de handjes naar hem uitstak.

Ze nam het op.

„Kijk eens, daar is je paatje," en onwillekeurig gaf ze het kind aan hem over.

„Schatje! speel je al zoo mooi met" hij wachtte

even als zocht hij, en vulde toen aan: „met tante. Mag ze u zoo leeren noemen, juffrouw vind ik voor het kind zoo stijf, als ze grooter wordt."

„Ik wil het ook veel liever."

Sluiten