Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God heeft mij Gerda gegeven om haar lief te hebben."

„Eerst, heel in het begin, dacht ik, had God ook maar het kind genomen met haar moeder, al was het mijn eenig bezit. Ik, een man, kon voor dat kleine teere wezentje niet zorgen, zooals een vrouw dat kan. Ik had haar wel af willen staan en alleen achter blijven, dan had zij ten minste niet dat leege leven zonder moeder behoeven te leven."

„Maar God nam u niet alles. God liet het kind

voor u en " Lena aarzelde, als vreesde zij te veel

te zeggen „u voor het kind."

Basser zag op, haar aan.

„Ja, mij voor het kind, ach het is soms moeilijk."

Hij viel terug in gepeins en Lena ging stil heen. Ze begreep, dat het hem moeilijk was zich zelf met zijn smart-ernst te voegen naar een dartel speelpopje van nauwelijks een jaar. En toch vond ze het jammer, dat de vroolijkheid van het kind zoo weinig op hem kon inwerken, omdat hij zich niet veel met haar bezig hield. Lena wist, hoe goed het kan doen, als kleine armpjes om je hals drukken en zoo'n lief rond mondje kusjes op je wang geeft of vleiende woordjes in je oor fluistert.

Luidruchtige vroolijkheid van menschen kon ze zelf ook niet verdragen, als ze stil was van smart, ze week er voor terug, zooals oogen zich sluiten voor schel licht; maar kinderblijdschap had haar nog nooit gestoord, ze was als witte bloemen, die passen bij feest en bij rouw. Zoo menig bloempje bloeide

Sluiten