is toegevoegd aan uw favorieten.

Strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

later niet meer. Sedert mevrouwes dood is dominee heelemaal veranderd, veel stiller en zoo ernstig. Je kan het an hem zien, dat hij veel prakkeseert, al doet hij al zijn werk. Want ziet u, zijn gemeente niet trouw waarneme, dat zou onze dominee nooit doen. Maar wat ik maar zegge wou, de meziek, daar het ie geen zenie meer in, en de rouw is ook nog niet om."

„Maak je maar niet ongerust, Betje, muziek is niet altijd vroolijk of voor een feest. Sommige menschen maken juist muziek, als ze in droefheid zijn."

„Nou, u mot het dan maar wete, daar komt dominee net de voordeur in."

Betje verwijderde zich angstig, maar Basser hield haar aan :

„Wie speelt daar, Betje?"

„De juffrouw, dominee, ik zei wel, as dat u het niet wou om de rouw, maar ze zei, dat sommige mensche juist muziek maakte, as ze verdriet hadde."

„Zoo, zei ze dat? Het mag best" en hij ging door naar het salon, vanwaar de tonen zacht en langzaam klonken. Voor de deur wachtte hij even, als werd het verleden zoo sterk in hem, dat hij vergat wat om hem was.

Toen het stuk uit was, ging hij binnen. Lena zag op.

„Ik wist niet, dat u speelde, anders had ik u de piano reeds lang aangeboden. Het spijt me, dat ik u zoolang dit genot onthield."

„Ik was overtuigd, dat u het mij zou toestaan en daarom was ik maar zoo vrij, misschien al te vrij?"