Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was geweest om een „alles-weer-goed-kusje." Neen Lena wist het, dat liefde alleen haar de „roeping" kon doen vervullen en ze had ze niet te vergeefs gevraagd aan Hem, die haar had geroepen.

VI.

Het was een volle zomerdag geweest. Een dag met een strakken blauwen hemel, waarvan de hitte neerblaakt op het kale open veld en er als trillend weer uit opkringelt; dat de zon steekt en verblindt, dat geen zuchtje de hitte uit de straten weg blaast, dat alles maar stil ligt heet te zijn. In de huizen hing nog de zware warmte, maar buiten koelde het weldadig af. Lena had het theetafeltje en een gezellig zingende bouilloir in de veranda gezet. Op een bamboetafeltje in het midden geurden enkele theerozen met reseda, los in een vaasje gezet, alsof ze er niet expres in geschikt waren. Het breiwerk rustte in haar handen, die ze, meegesleept door het boek, dat open voor haar lag, had laten zakken. Nog enkele bladzijden, en het was uit. Na het tragisch slot tuurde ze op de leege helft der bladzijde onder het „Einde", als wilde ze meer, als waren de gedachten van het boek nog in haar en wilde ze die voortdenken.

Er was een vraag in haar opgekomen, waarop ze voelde te moeten antwoorden.

Gerrie's voetjes kraak-trippelden over het kiezel-

Sluiten