Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het laatste offer was te zwaar. Arme Anna Lohman. Ik moet gedurig nog aan haar denken, het kan niet anders of een jong hart moet veel ervaren hebben eer het zoo voelt, als noodig is om „Vragensmoede" te schrijven. Veel waarop ze steunde, moet zijn ter neer geslagen, veel wat haar diep in het hart lag, moet er met geweld zijn uitgerukt, veel, waarvan ze troost heeft verwacht, moet ijdel zijn gebleken. Arme Anna, ze heeft in haar teleurstellingen den Eenigen verworpen, die niet teleurstelt. Er wordt veel en scherp over haar geoordeeld, ik vrees van weinig voor haar gebeden."

Beiden bleven stil, Lena zag Basser ernstig voor zich staren. Het oog, dat op hem rustte, getuigde van den diepen eerbied, die haar hart vervulde.

Er was iets plechtigs bijna in hun zwijgen, de een voelde van den ander, dat hij dacht aan iets grooternstigs, het beginsel van het leven.

Daar draafden Gerda's voetjes aan over het grind. Met heete roode wangetjes en stofïig schortje kwam ze bij Lena staan en riep triomfantelijk:

„Ik maak een tuin, o zoo heerlijk."

Lena boog zich tot het kind, dat hijgde van het haasten bij haar spel.

„Zoo tuinman. Dat is mooi. Mag ik je tuin eens zien?"

„Als hij klaar is, eerder niet."

„Maar tuinman, heb je ook dorst? Wil je een lekkeren beker melk. Je zult wel moe zijn van dat harde werken, kom je even bij ons rusten?"

Sluiten