Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nee, tante, o nee, 'k heb geen tijd, eerst afmaken."

„Toe, kom eens prettig bij me op schoot zitten, zwartpoes."

Lena bukte zich om het kind op te nemen, maar ze draaide afkeerig weg.

„Luister eens, tante wou je iets heel moois vertellen, Ger. Je weet wel die mooie bloem uit de vaas? Die mag je morgen hebben om in je tuin te planten. Dan kom ik in je tuin wandelen, er zijn ook paden in, hè!"

„O, ja en perken."

„Je zult wel honger hebben, tuinman, kom je nu je boterham eten?"

„Hè, nee tante, geen boterham, niet naar bed."

„En alle tuinmannen houden om dezen tijd met werken op, jij bent toch ook een echte tuinman?"

„Maar een boterham wil ik niet en ook niet naar bed, voor mijn tuin af is."

„Maar Gerda, is dat nu lief zijn?"

„Ik wil toch niet."

„Je weet toch wel, dat zeven uur het „gaan slapen-uurtje" is. Het is nu nog maar een kort poosje voor de klok slaat en dan moeten we immers boven zijn? We gaan gauw naar boven om die tuinmanshanden lekker af te poedelen."

Lena nam Gerda's stofhandje in de hare en half tegenstribbelend liet het kind zich meetrekken naar de slaapkamer, waar ze met een poestig gezichtje

stond te kijken.

Lena zuchtte, want ze zag, dat het kleine ronde

Sluiten