Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en verlegen naar Lena liep in de armen, uitgestoken om haar op te nemen.

„Mijn Gerda," snikte Lena en kuste het kind hartstochtelijk, terwijl ze het vast aan zich drukte.

„Tante ik zal het heusch niet weer doen,

niet meer paatje verdriet doen. Nee, tante, niet schreien, ik zal het heusch niet weer doen."

„Nee, Ger, je bent nu weer ons lief klein meisje."

Lena kleurde, toen ze het zei, ons lief klein meisje.

Ze had het altijd gezegd „ons meisje," maar

de strijd was begonnen.

Ze boog zich dieper over het kind en kuste het, telkens weer.

Gerda dronk uit tantes kopje melk en at haar boterhammetje half op, op tantes schoot.

„Ik heb geen trek meer, tante, dit voor morgen bewaren? Ik wil nu wel, maar heusch geen zin meer, mijn keeltje is zoo nauw."

Lena kuste haar weer en stond met haar op.

„Zeg paatje dan maar goeden nacht, dan gaan we naar boven."

Basser had zich afgewend, toen ze zei: „geen trek, mijn keeltje is zoo nauw!" Het deed hem ook pijn in de keel en hij droeg zelf het kind naar boven. Lena zag hem gaan, Gerda's blond kopje naast zijn zwart haar, haar handjes op zijn jaskraag samen gevouwen. Ze scharrelde met kopjes heen en weer, tot ze trippelstapjes op de bovenkamer hoorde en een klein stemmetje, dat babbelde.

Sluiten