Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kanten cornet, waartegen de reuzenbellen bengelden

bij haar druk gebabbel.

Die kamer van Horstink was voor haar als trompetgeschetter, dat over de zachte wijdingsmelodie van haar stemming heen toeterde.

Daar zaten ze zijn preek te bevitten. Die menschen hem te beoordeelen, in plaats van zich nederig af te vragen, of ook zij akkers of koestal zouden verlaten

voor den Heer.

Horstink beroemde er zich op, dat hij gerust alles „over dominee durfde te zeggen, al was juffer Lena er bij."

Juffrouw Spiller, naast Lena, glimlachte haar verdachtmakenden glimlach en zei knipoogend: „Pas

maar op, hoor!"

Lena's hart drong haar tot spreken tegen dat kibbelachtig zeuren over uitdrukkingen, die niet „zuiver" waren. Ze wilde zijn woord verdedigen, dat toch waarlijk niet lichtvaardig gesproken was uit een hart, dat zelf niets had afgestaan op Jezus' vraag: „Geef mij " en daarom gemakkelijk aan

anderen eischen stelde.

Maar op eens voelde ze, dat juffrouw Spiller naast haar zat. Zij had haar eens gewaarschuwd voor praatjes, die zoo gauw rond gingen van een jongen weduwnaar, die een jong «juffie als Lena was bij zich had.

Ze had toen gelachen om juffrouw Spillers raad en haar zoo onsympathiek gevonden, dat ze vertrouwelijken omgang had gemeden.

Sluiten