is toegevoegd aan uw favorieten.

Strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII.

Ds. Basser had een oud moedertje bezocht, dat met haar kleinzoon, haar steun en liefde, samen woonde. Hij kwam er gaarne om het natuurlijke kindervertrouwen van dat oude hart te voelen. In plaats van verder het dorp in te gaan en zijn huisbezoek voort te zetten, sloeg hij een veldpad in, dat naar een bosch voerde. Het spreken met het moedertje stemde dezen keer zijn gemoed niet stil en vredig. Hij wilde alleen zijn om de onrust, die haar woorden in hem wekten door te werken en er uit te komen. Hij kon nu niet anderen troosten en leeren, eerst moest hij denken en de in hem woelende vraag beantwoorden.

Het oude vrouwtje had hem gesproken van den zegen, dien ze vooral van zijn laatste preek had gehad. Ze had alles van haar stille leven nagegaan en zich afgevraagd of er niets was, waaraan haar hart te sterk kleefde al was ze oud. „En laat ze nou maar zegge wat ze wille, dominee, laat Horstink maar prate, ik en andere hebbe er zege van gehad."

„Horstink?" had dominee gevraagd.

„U weet toch van Horstink? Vertelde juffer Lena het u niet? Ze was er toch na de kerk en hij zei het brutaal weg, waar ze bij zat, dat u niet zuiver in de leer was. Vertelde ze het u niet?"

„Nee, misschien vond de juffrouw het niet noodig."

„Ja, maar Horstink wou naar u toe met Reedam