Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om zooveel as u te beproeve of u niet medern was. U moet het u maar niet antrekke, daarom wou ik u zegge, dat mijn kleinzoon en ik en de meeste het niet met Horstink eens zijn. We kunne niet tege hem op, maar eens zijn we het niet met hem," zoo had het vrouwtje gesproken.

Waarom had Lena hem niets verteld? Ze had geen woord over de preek gesproken. In de kerk had ze aldoor met gebogen hoofd gezeten. Zou ze soms gevoeld hebben dat het gesprek over „Vragensmoede" hem geleid had tot de gedachten van zijn preek? Maar dan zou ze er juist wel over gesproken hebben.

De preek had haar zeker gepakt, ze was zoo ernstig thuis gekomen, maar teruggetrokken geweest.

Teruggetrokken.... dat was ze eigenlijk al een poosje, net alsof ze anders was. Een paar keer was hij een gesprek begonnen, maar ze ging er niet op in.

Vreemd, vroeger sprak ze zoo openhartig, kwam ze met al wat haar geestelijk diep raakte, bij hem. Dan kon ze onder het praten over en weer op eens in vuur komen, dat haar oogen er warm van straalden, als ze den draad van gedachten voortspon. Soms ook kon ze zoo vragend en wachtend hem aanzien, als ze niet begreep.

Wanneer hadden ze het laatst recht gepraat over iets, dat beiden raakte, zoodat ze zich gaven aan elkaar?

Basser dacht terug, de dagen langs, hoe Lena geweest was.

Sluiten