Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ondergordijntjes, hen te zamen zou zien. Lena had gehoopt, dat hij het niet zou voorstellen en toch was ze teleurgesteld, toen ze alleen gingen.

Het was zoo duidelijk, dat hij zich terugtrok.

O, als hij het gemerkt had, ondanks al haar angstig bedwingen en verbergen. Haar oogen konden haar verraden hebben, die kon ze alleen neerslaan, maar niet laten huichelen. Onwaar moest ze zijn, onwaar tegenover hem. Het stuitte haar. Maar dat was alles niets, als Basser maar niet vermoedde, dat ze hem liefhad.

Hij mocht denken van haar wat hij wilde, dat ze grillig het eens geschonken vertrouwen inhield, dat ze ondankbaar was voor zijn vriendelijke hartelijkheid, hij mocht in haar teleurgesteld zijn, maar dat ééne moest verborgen blijven. Neen, blijven ging toch niet. Ze had het zoo gehoopt om Gerda, en om hem. Het kind op te voeden voor hem, was haar een zoete gedachte, maar ze zou moeten gaan, al had ze gestreden uit alle macht om haar roeping te blijven vervullen.

O, dat God haar maar een weg wees, opdat ze wist, dat ze hare plaats mocht verlaten.

Een uitkomst was het haar geweest, dat de dokter Gerda voor een telkens weer uitbrekenden huiduitslag zeelucht voorschreef.

Nu zou ze ten minste vrij zijn, zich zelf niet langer in een net hoeven te spannen, dat al haar bewegingen belemmerde en waarin ze soms verwarde. Het was een verluchting, toen ze de pastorie verliet, en ze stelde zich minstens zooveel voor van de weken met

Strijd 6

Sluiten