Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gerda alleen bij Miens tante, mevrouw Rasser, als het kind, dat plannen maakte van zeeën en eilanden graven in het strand.

Ze waren reeds lang den hoek om, maar Basser stond nog voor het raam de leege straat in te staren. Op eens werd hij het zich bewust, dat hij daar nog keek naar iets, dat al lang voorbij was en hij greep zijn hoed om de gemeente in te gaan. Het huisbezoek wekte hem op en voldaan keerde hij terug, nog vervuld van de gesprekken, waarin hij geveeld had, dat velen hem vertrouwden en liefhadden.

Betje vroeg „of ze op kon doen" en Basser liet zich neer voor zijn bord, dat zoo kaal en alleen stond in den breeden open ring om de schalen. Hij had lust om te vertellen uit zijn opgeruimd gemoed, maar er was niemand dan Betje, die met schalen aan kwam dragen. Ongezellig kleine hoopjes in de witte schalen, als voor een heer op kamers.

Vervelend toch alleen aan tafel. Niemand, die je eens noodend een schaal aangaf. Alles zelf nemen, net zooveel tot de eerste trek over was.

En wat zielig zat hij voor die tafel vol wit porcelein. Naast hem, waar Gerda's figuurtje met een slabbetje voor anders zoo aardig zat, zoo klein boven tafel uit, was het leeg, daar keek hij op den vloer. Ze deed altijd flink haar best niet te morsen en liet af en toe haar nog schoon servetje zien aan Lena, die aan den anderen kant van haar zat.

Wat was het toch leeg en uitgestorven, als het kind weg wasl

Sluiten