Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Kijk eens Ger, wie hebben we daar nu?" zei ze gedwongen verrast.

Het kind sprong op naar hem, de armpjes vooruitomhoog.

„Paatje, paatje!" Kussend en pakkend, riep ze „o, paatje, wat ben ik nou blij."

Lena kwam langzaam naar hem toe, nu gewoon en reikte haar hand, beleefd.

„Wel dominee, dat hadden we niet verwacht, dat is een verrassing voor Gerda."

Basser liet zich met het kind op den arm neer in den zandkuil, waar ze gezeten hadden. Lena stond met haar parasol te draaien, nadat ze het zand van haar japonrok had geslagen.

„Tante, komt u bij ons zitten? O, paatje, tante vertelde zoo mooi van visschers op zee. Het was niet zoo mooi als nu, maar nacht en storm. En een klein jongetje was voor het eerst mee. Gisteren ging er ook een scheepje uit. Kijk daar ver weg, dat bruine puntje is ook een pink. Wat aardig doen de golven hè pa, ze loopen al achter mekaar aan, al harder, nog harder dan ze kunnen, want dan tuimelen ze over den kop en brommen dat ze elkaar nooit krijgen. O, ze doen soms zoo grappig!"

„Hè tante, nu moet u gauw uitvertellen, of de pink nog weer thuis kwam uit den storm."

„Morgen, Ger, nu praten we met paatje en heb je veel te veel te vertellen. Het zou jammer zijn van den tijd. Laat paatje de rivier maar eens zien, die we maakten."

Sluiten