Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Altijd weer en altijd weer, het zelfde en toch anders.

Zoo kwam ook bij hem, als hij moe van vergeefs zoeken naar de oplossing, het raadsel van zich schudde, om er niet langer over te tobben, telkens weer de vraag op, waardoor Lena toch geworden was, zooals ze nu was, waarom ze bijna een afkeer van hem had.

En toen 's avonds de trein hem wegvoerde de dag was wel heerlijk geweest, Gerda, zoo blij en hartelijk; nog doorstroomde hem een warm gevoel, als hij dacht aan het verraste gezichtje, waarmee ze naar hem toe vloog; maar er was iets geweest, iets, dat.... was blijven zitten, zooals een vliegje in het oog nog pijn doet, als het er al uit is.

XI.

Na heerlijke weken van vacantie waren Basser en Lena met Ger in de pastorie teruggekeerd. Lena had genoten, het meest doordat ze niet altijd die beklemdheid voelde van Bassers tegenwoordigheid. Haar zenuwen, wel wat geprikkeld door het gestadig in angst zitten en zich zelf bewaken, ontspanden zich. Ze had zich aan de blijde rust overgegeven met een gevoel van verlichting, zooals je je voelt na een examen waarop al je werken, al je denken, al je zorg zich richtte. Ze had zich gevoeld als vroeger, zorgeloos en jong en met Gerda schik gemaakt.

Sluiten