Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„„Eén brand van begeerte — één dorst, één jacht Is morgen en avond — is dag, is nacht.

Licht komt, licht gaat Maar bij liggen, bij staan, bij slaap, bij wacht Verlangen getrouwelijk naast mij staat.""

Ja zoo is het:

„„Ik weet verlangen zal bij mij zijn.

„Ik weet, verlangen zal bij mij zijn, ook als ik van hier ben, dat kan ik niet stillen.

Maar dan behoef ik toch nooit mijn hart toe te sluiten, als het vol is en al die liefde, dat machtige, dat sterke leven er uit wil bruisen, dan zal ik geen steek meer voelen, telkens als zijn oog mij aanziet, als zijn hand de mijne drukt, o, zoo licht, en hij mij wel te rusten of goeden morgen wenscht, ik zal hem niet meer behoeven te ontvluchten, ik zal niet meer druk behoeven te praten, opdat dat ééne maar zwijgen zal. Ik zal niet meer behoeven te huichelen, tegen hem, als ik hem nooit meer zie, nooit meer

hoor, misschien zal het dan ster neen, dat zal

het niet, dat kan het niet, voor ik zelf mag sterven, maar misschien zal het dan rustig worden dat hart, dat altijd zoo wild klopt, als hij er is, misschien komt er dan stilte, altijd stilte, misschien wordt het dan koud, waar het nu telkens schroeit.

Maar als ik ga?

Nee, nee het kind afstaan, dat kan ik niet.

Hem wil ik opgeven, hem het liefste. Dat was zijn preek, de eerste na Het liefste ook afstaan,

Sluiten