Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als de Heer dat vraagt; maar Gerda heb ik zelf van den Heer gekregen, haar mag ik liefhebben, aan mijn hart drukken, als het zoo hevig verlangt, haar mag ik hebben, aan haar mij geven."

Maar na een poos, waarin ze kampte tegen al wat in opstand was gekomen, klonk ernstig en zachter de vraag tot zich zelf:

„En als ik dan toch moet gaan?" Ze stond niet meer zoo krachtig en opgericht, maar, alsof ze zwak werd, boog ze voorover en kermde. Ze voelde, dat iets uit haar gescheurd werd, als ze zonder Gerda verder moest leven. En ze greep het weer vast.

Het kind, dat haar kind was geworden, kon ze niet aan vreemde zorg overgeven. Ze kon er zich niet indenken, dat een ander Ger zou aankleeden, dat een ander haar 's avonds in 't bedje zou leggen, de dekentjes om haar ruggetje toestoppen, haar zachte wangetjes kussen. Dat Gerda naar een ander de armpjes zou uitstrekken.

Maar dat was nog niet het ergste; ze moest ook Gerda's karaktertje overgeven, een vreemde zou komen, die het niet had zien groeien en daarom het niet zoo begrijpen kon; die zou dat kleine zieltje een stempel indrukken en haar sterken wil misschien breken of wild laten opschieten.

Ze zou niet ontwikkelen als haar kind.

Basser zat dien avond nog lang, nadat Lena en

Sluiten