is toegevoegd aan uw favorieten.

Strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem zeggen, dat ik bij „eigen" liever ben dan hier, alsof iemand mij eigen is, buiten deze pastorie. Mijn eigen, mij zelf, laat ik immers hier achter."

Aan het ontbijt merkte Basser wel, dat Lena bleek was, maar dat had hij den laatsten tijd meermalen gezien en toen ze vroolijk met Gerda lachte, stelde hij zich gerust en ging aan zijn preek werken.

„Zou ik nu gaan?" vroeg Lena zich af. „Hoe eer hoe beter, dan is alles afgedaan. Als hij maar niet vraagt, of er geen andere oorzaak voor mijn weggaan is, als hij me maar niet dringt te blijven om Gerda. Ik moet hem teleurstellen, hij heeft veel vertrouwen in mij gesteld. Het zal hem zeer doen, dat ik, die onder zijn leiding ook geestelijk groeide, ontrouw word, aan wat ik altijd mijn roeping noemde.

Dat is mijn dank voor al zijn hartelijke zorg, voor het tehuis, dat hij mij aanbood.

Het is zoo iets naars in menschen teleurgesteld te worden, maar ik kan het hem niet sparen. Hij mag alles denken, behalve dat ééne, dat ik hem .... maar kom, laat ik nu gaan.

Gerda, ga je weer in den tuin zand scheppen, dan zal ik je je manteltje aantrekken?"

„Komt u ook buiten, tante?"

„Ja Ger, eerst kopjes wasschen, dan komt tante eens bij je."

Het kind liep den tuin in, Lena stond al voor de studeerkamerdeur. Als ze maar met een gewone stem kon spreken, niet beven, gauw er in.