Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze zag hem strijden om berusting, maar ze zag ook, dat hij nog niet had kunnen overwinnen. Ze las het in zijn oog, dat soms met een donkeren gloed van bitterheid naar het kleine ledikantje staarde, waarin arme Gerrie onrustig woelde en af en toe kermde. Dan kon hij plotseling opstaan en wegsnellen om het niet langer te zien. Dan hoorde ze soms een klacht vol opstand:

„O God, dat niet."

Ze dacht nu ook aan hem.

„Of hij zal kunnen slapen? Het waken valt hem zwaar, omdat de strijd sterker wordt, als hij in den nacht alleen is met zijn kind, dat God van hem opvraagt. Ik wil voortaan 's nachts waken, overdag heeft hij meer afleiding," en ze zag weer rond, naar alles waarmee Gerrie voor een week nog speelde, in de veranda, die nooit zoo leeg en verlaten was, als nu de meubelen zoo ijselijk netjes bleven staan. Ach, voor een week was alles nog anders, van buiten en van binnen.

De deur ging open, Lena schrok Basser al weer

te zien.

„Hoe gaat het?"

„Sst, ze slaapt."

Basser nam den thermometer op en zuchtte.

Daarna rustte zijn blik lang en innig op het blonde kopje.

De kleine oogjes openden zich even.

„Paatje!"

„Ja, mijn Gerda, wat is er lieveling."

Sluiten