is toegevoegd aan uw favorieten.

Strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik nu niet vragen waarom, want God heeft ons lief. Ik heb veel aan „Vragensmoede" gedacht."

„Ach ja, Huberte, het liefste, het éénige. Nu moet ik het doen. Ik zal, ik wil" en meteen zagLenahem weggaan.

„O, God, help hem," smeekte ze.

„Ach, hij weet niet, hoe zacht de gedachte haar boven te weten, waar geen strijd met het hart, met het leven, met liefde haar pijn kan doen, mij zou zijn, vergeleken bij, wat ik doorworsteld heb.

Als God haar neemt in Zijn vrede en zaligheid, dat is voor mij rust. Dan is mijn roeping vervuld, dan weet ik helder en zeker, dat ik gaan moet; dan geen angstige twijfel meer, of mijn genomen besluit wel het goede is. Ik heb Gerda al afgestaan, voor ze ziek werd."

Bijna den heelen dag zat Lena naast het bedje van „haar kind", dat ze langzaam zwakker zag worden. Ze had Basser gesmeekt te mogen waken, terwijl hij op de canapé in een aangrenzende kamer ging slapen.

Lang had haar geest als gerust in de zachte avondschemering, maar toen het zoo donker werd, dat ze het gezichtje van het kind niet duidelijk genoeg onderscheidde om veranderingen te zien, stak ze de lamp aan en temperde het licht met een groene kap.

Rondom haar, in alle kamers, in de gang, stilte.

Stilte van den nacht, als alle anderen slapen, nietweten.