Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Overal donkerheid, overal rust Alleen in de ziekenkamer, leven, voelen, denken.

Het matte halflicht hing geheimzinnig als een stemming in de kamer, die in de hoeken donker was.

Stil zat de trouwe verpleegster bij haar patientje; af en toe zag ze op naar het langzaam draaiend wijzertje, dat geen uren meer aanwees, omdat die toch alle gelijk waren, maar tijden van champagne ingeven, compressen veranderen, temperatuur opnemen.

Onwillekeurig dacht Lena aan de enkelen, die ook waakten, als de groote massa sliep; die ook kenden de traagkruipende nachten van stil zitten, als niemand eens komt vragen, hoe het met de zieke gaat; als geen bekende geluidjes van bezig-zijn in huis klinken, maar je wel alle krakjes en tikjes hoort, waar je over dag niet op let.

Een boek had Lena in de hand, den vinger er tusschen, waar ze gebleven was, maar lezen kon ze niet. Haar oog gleed over de regels, maar alles wat er in stond ging toch over haar hart heen, dat vol was van het kind.

Ze voelde aldoor het kind.

Onafgebroken staarde ze op het smalle gezichtje, dat nu niet meer zoo gloeiend rood, maar ingevallen bleek zag.

Was het verbeelding, kwam het door het witte kussen, of werden werkelijk die lipjes blauwer, trokken die wangetjes naast het neusje weg? Het kwam zeker van het lange staren bij het onzekere licht.

Sluiten