is toegevoegd aan uw favorieten.

Strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Stil ze slaapt, waar is haar vader?"

„In de studeerkamer, juffrouw."

„Zeg hem, dat ze slaapt, rustig en kalm, zeg hem, dat hij komt en ziet, maar zachtjes, heel stil."

Onhoorbaar met toonpasjes ging de trouwe ziel schreiend heen en fluisterde: „Ze slaapt, ze slaapt.

Het duurde geruimen tijd eer Basser kwam, eer hij zich kalm had gedwongen en zonder een woord te spreken zette hij zich naast het bedje, luisterend en starend op het marmerbleek gezichtje met blauwe kringen onder de oogjes.

Zoo zaten ze, slechts af en toe een blik wisselend om elkaar te zeggen, dat ze nog sliep, nog leefde, „langer dan tot morgen," want de zon zond reeds weer haar schuine stralen door het zijraam in de kamer en wierp een warmen rooden schijn over de kleine slaapster. Ze kuste met haar licht de lipjes rood en deed de golflokjes goudglansen. Zoo weemoedig schoon was het kind, dat het Basser was, alsof hij zijn kind al zag in den hemelglans van engelen.

Maar die zonnewarmte wekte leven en beiden schrokken blijde, toen Gerda de oogjes opensloeg en hen aankeek.

„De zon", fluisterde ze en sloot de zwakke oogjes weer voor het licht, dat ze open kuste.

Lena schoof voorzichtig de gordijnen toe en liet zachtjes een beetje water en melk bij slokjes in haar mondje vloeien.

Ja, ze slikte, ze leefde op.