is toegevoegd aan uw favorieten.

Strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo was ook de uitdrukking van haar oog. Basser had haar al meer dan eens ernstig gevraagd, of ze niet wel was, of ze zich niet had overspannen met waken, maar altijd was het antwoord: „Ik ben heel

wel, alleen wat moe."

Dikwijls had hij zich afgevraagd, wat het toch kon zijn, dat haar verhinderde om blij te danken en gelukkig te zijn in Gerda's herstel. Het was duidelijk, dat een stil leed haar neerdrukte. Zelfs Gerda's liefkoozingen beantwoordde ze zelden zoo vurig als vroeger. Ze ging stil daar heen, zorgend voor alles wat zorg behoefde, maar alsof het haar toch niet aanging, alsof ze een ander leven leefde dan vroeger. Hij zag haar nooit levendig, altijd stil en alsof er

iets verstijfd was in haar.

En hij had na lang nadenken besloten haar te vragen om bij Gerda te blijven, voor haar verder te zorgen, omdat de scheiding van het kind toch het eenige kon zijn, dat haar deed kwijnen.

Toen hij het vroeg, had ze verschrikt opgezien, maar zonder aarzeling geantwoord: „Nee dominee, ik mag het oom niet weigeren. We moeten immers onzen plicht doen, ook als het ons wat kost. Natuurlijk valt het scheiden van Gerda mij niet gemakkelijk,

maar ik weet mijn weg."

„Ik wil je in geen geval van je plicht at houden, maar ik meende, dat de verpleegster, die tijdelijk voor je tante zorgt en haar goed bevalt, daar verder

kon helpen."

„Oom rekent op mij en schreef me nog juist, dat