Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niets om tegen te rusten, niets om mee samen te gaan Maar ze wist ook, dat boven die wijde vlakte de hemel zich welfde. Daarheen zou ze opzien, dat bleef haar. Ze gevoelde, dat den christen, ook als al het aardsche hem ontvalt, de sterkste steun blijft.

Lena pakte ijverig voort. Geen oogenblikjes van weemoedig peinzen, geen traan bij opkomende gedachten. Daarmee had ze afgedaan en ze was met volle aandacht aan het schikken in den koffer. Zoo zou voortaan haar leven zijn, een leven uitwendig. Tante helpen, de wasch opdoen, naaien, kleine dingetjes

van het huishouden nagaan, altijd iets doen, maar

dat innerlijke, het eigenlijke leven was weg, nu reeds en ze snakte naar het oogenblik, dat ze gaan kon, want heimelijk vreesde ze, dat het nog weer opzou bruisen en de doode rust verstoren.

Eindelijk was ze klaar, ze zag rond, de kast leeg, de muur kaal, het étagèretje afgeruimd.

Ja, in orde, alles leeg, niets vergeten, alles meegenomen wat het hare was, alles....

Ze zag naar buiten, Basser zat in den tuin op de bank, Gerda vertrouwelijk op zijn knie. Ze schenen heel geheimzinnig te praten over iets innigs, ten minste het kind sloeg de armpjes om hem heen en fluisterde.

Dat was het hare, hij en zijn dochtertje, het hare, dat ze niet mee mocht nemen.

Strijd

8

Sluiten