Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVI.

Het was de laatste avond, alles was gereed voor het vertrek. Gerda's koffertje gepakt, haar reiskleeren klaar gelegd, het kind was gerust ingeslapen in het verlangen naar morgen, als ze met tante opreis zou gaan naar tante Agaat. Lena zat in de huiskamer en wenschte, dat de dag om was. Zoo'n laatste avond, waarop niets meer te doen viel, — haar handwerkjes waren in den koffer, haar boeken reeds weggestuurd — liet te veel tijd om te voelen en treurig te worden. Ze breide aan een kousje, dat andere handen zouden afmaken, maar haar gedachten vonden daarin geen bezigheid.

Basser stond voor het raam en staarde reeds lang in het schemerlandschap, waar een vredige rust neerdaalde over velden en hoeven, maar hij zag het niet. Er was te veel strijd in hem om het kalme terslape gaan daar buiten mee te voelen.

Plotseling draaide hij zich brusque om en zag Lena aan.

„Lena."

„Ja, dominee?"

„Waarom ga je van ons weg, als het je zooveel kost. Of meen je, dat ik niet zag, hoe je streed, hoe iets zwaars je neergedrukt hield. Toen Gerda ziek was, zoo heel erg, toen had je vrede, toen was je anders dan nu. Je bent niet opgeleefd en overgelukkig geweest, toen we haar langzaam zagen beteren. En toch, ik weet immers, hoe na ze je aan het harte

Sluiten