Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arm om haar, om haar tot zich te trekken, en Lena liet het toe. Als moe en uitgeput na den langen moeilijken weg, waarlangs ze was voortgezweept, rustte ze tegen hem, zich overgevend aan het volheerlijke van eindelijk te mogen.

Hij had haar niet alleen gevraagd tot vrouw, hij beminde haar, hij had het gezegd, ze mocht, ze mocht. Ze hoefde niet meer tegen te strijden.

„Wat heb ik gekampt en geworsteld, wat was ik angstig, dat je maar iets zoudt raden. Wat moest ik je teleurstellen en mijn vertrouwen intrekken. En nu te denken, dat je me liefhebt, dat je het zelfde leed, het zelfde bedwong. We waren wel ver

van elkander af, twee, die het zelfde dragen

maar niet samen.

Sedert wanneer heb je me lief? Hoe is het mogelijk, dat jij mij lief kunt hebben, je staat zoo boven me. Ik heb er niet aan gedacht, dat het gebeuren kon."

„En toch is het zoo, en al lang. Wanneer het begon, weet ik niet, maar ik ging het voelen, toen je van mij afweek, en terugtrad uit mijn leven. Toen merkte ik, wat er leeg werd, dat jij aangevuld had. Het kwam langzaam, maar vast en stellig, om Gerda heb ik gezwegen met mond, oog en daad. Als ik je mijn liefde bekende, kon je niet blijven, want je beminde mij immers niet. Je ontweek me, je had een afkeer van me. Dat zag ik al aan het strand."

Lena zag op.

„Ik heb je veel verdriet gedaan, nog meer dan

Sluiten