Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

R IJ K Z IJ N.

I.

„Als 't u blieft, mevrouw!"

Mevrouw Ammerberg ziet op van het wit linnen kleedje, waarop ze met teere kleuren rozen borduurde.

„O, de post, dank je, Betje! Kookt het water al, breng het theetafeltje dan maar hier buiten, het is heerlijk zacht."

Langzaam schuift ze de brieven en kranten over elkaar, de adressen lezend. Eén aan haar zelve breekt ze open en leest hem, terwijl Betje het bamboe theetafeltje naast haar in het priëel zet en den donker nikkelen bouilloir aansteekt.

Even schenkt ze op en zet den theewarmer over het trekpotje en gaat heen. De schulpjes in de paden kripperen onder haar fijne voetjes. Een artistieke fijnheid ligt over haar geheele gestalte, die ze bij eiken tred licht inbuigt en opheft tot een zacht veerende beweging. Haar verschijning trekt de aandacht, ze valt op, niet door pompeuse deftigheid, als een zware roode roos, maar door sierlijkheid van lijn als de aaronskelk, die statig wiegt op hoogen stengel. Het blondlokkig haar straalt in de avondzon

Sluiten